Leesmaand september 2023

Leesmaand september 2023

Deze maand vertel ik over twee dichtbundels die allebei vol dieren zitten, maar verder compleet anders zijn.

Geen ruimte
Op elke spread van Ik kleur van jou (Leopold, 5+), de nieuwe dichtbundel van Milja Praagman, is een dierenprent te vinden. Illustraties, veelal in pasteltinten, van vriendelijke dieren met grote ogen. Ze stralen eenzelfde in zichzelf gekeerdheid uit als de gedichten die erbij staan.  

Die gedichten gaan soms daadwerkelijk over dieren, zoals in ‘Hemelen’, over een kraai die na een bonk tegen het glas het loodje legt. Maar vaker verbeelden de dieren menselijke gevoelens als angst, onzekerheid, toekomstdromen of liefde. In het titelgedicht ‘Ik kleur van jou’ bijvoorbeeld voelt de ik zich bij de aanblik van iemand zich openbloeien als een pauw die de veren opzet.

praagmanDe kwaliteit van de gedichten wisselt nogal. Sommige vormen een mooi gave gedachte, met precies genoeg woorden om speelruimte voor de lezer te houden, zoals ‘Geboorte’ of het al genoemde titelgedicht.
Andere doden de verbeelding door een teveel aan woorden. Zo volgt in ‘Mand’ na een aardig eerste couplet met een beschrijving van twee moegespeelde huisdieren een couplet waarvan de eerste twee regels hetzelfde nog eens zeggen (‘Zijn wij echt te moe/ om samen te spelen?’) en de laatste twee uit de lucht komen vallen (‘Eén ding weet ik zeker/ wij gaan ons nooit vervelen’).
En zinnen als ‘nu je er niet meer bent/ ben je ineens overal’ of ‘Ik leek compleet tot jij verscheen’) zijn zo uitgesleten dat ze nauwelijks meer poëtisch zijn, laat staan ruimte voor verwondering oproepen.

Bruisend
gelukkigenblijOok Edward van de Vendel spreekt tot ons via dieren, maar daarmee houdt de vergelijking dan ook op. Na het veelgeprezen en bekroonde Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt maakte Van de Vendel samen met illustrator Martijn van der Linden opnieuw een bruisende dichtbundel, Gelukkig en blij (Querido, 10+). De titel verwijst naar een zorgboerderij vol dieren die nu eens (inderdaad) gelukkig en blij zijn, dan weer somber, snibbig, zelfingenomen of weifelend zijn.

Er zijn de Betuwse ezeltjes, de voortdurend kibbelende katten Hannes en Hassan, de goudvis en het dwergkonijn met politieke aspiraties, schildpad J.J. van der Vlies en nog veel meer hartverwarmende dieren. Ze krijgen in woord en beeld vakkundig karakter. Neem de ezeltjes die blij worden van als alles gaat zoals het altijd gaat: ‘dat vinden we fijn,/ als alles zo spannend hetzelfde mag zijn’. Daarbij een prent waarin Van der Linden hen als verstilde silhouetten in de roze avondzon portretteert. Dat de ezeltjes ook diepere verlangens koesteren, blijkt uit een ander gedicht en andere illustratie.

Uiteraard kijken we via de dieren naar onszelf. Naar onze eigen trekjes en gedachtes. Van de Vendel beschikt over de gave om al onze strevingen, aspiraties, onvervulde wensen en teleurstellingen in lenige taal te vatten. Nooit hoogdravend of gezocht poëtisch, maar steeds vol humor en mededogen. Je kunt er uit blijven citeren. Heerlijk is bijvoorbeeld ‘Ik heb nu een nies’, waarin schildpad J.J. van der Vlies zich de mesthoop in niest en tevreden met zichzelf murmelt: ‘Ik had wéér gelijk,/ ik ben volgens mij in Oostenrijk. / Reizen, daar wordt men wijzer van./ Morgen nies ik mezelf naar/ Kazachstan.’ Op de volgende bladzijde zie je dan een verbaasde dromedaris met voor zich een buitelende schildpad.
Prachtig is ook het gedicht waarin een big vertelt wat muziek met hem doet: ‘Ik begrijp niet helemaal/ hoe of dat biologisch werkt,/ maar je innerlijk lichaam/ wordt zeg maar aangesterkt’. En, vooruit, eentje nog, het gedicht waarin de dieren de overleden koe Gouden Roos proberen te herinneren. Maar ze kunnen niet zo mooi springen en loeien als zij. ‘Ze riep in ons hoofd:/ Doe normaal allemaal! (…) En dat leek zo precies/ op hoe ze altijd was/ dat ze nu weer loopt te grazen/ op ons gedachtegras.’
 
Gelukkig en blij is kortom wederom een juweel van een dichtbundel van het duo Van de Vendel en Van der Linden.