Foute leraar

Er is geen vorm waarin ik pas
Erna Sassen
Uitgever: Leopold
Jaar: 2017
Aantal blz.: 211
7,5

Altijd was Tessel de perfecte leerling. Maar nu is ze ingestort. Ze kan en wil niets meer. Waarom ze in de war en verdrietig is, maakt Erna Sassen in haar nieuwe boek Er is geen vorm waarin ik pas stukje bij beetje duidelijk.

Er is geen vorm waarin ik pas is de derde jongerenroman van Erna Sassen en net als haar vorige twee boeken gaat het over een jongere die psychisch in de knoei zit. Haar debuut Dit is geen dagboek (2009) gaat over een jongen die enige jaren na de zelfmoord van zijn moeder instort. In Kom niet dichterbij (2014) draait het om een eetstoornis en, net als bij Tessel, om een foute relatie met een leraar. Betreft het in dat boek nog een toneeldocent uit het hbo, in het nieuwste boek gaat het om een leraar Nederlands op een middelbare school.

Een jaar lang is Tessel intensief opgetrokken met P., die in het boek verder geen naam krijgt. Te pijnlijk voor ik-verteller Tessel, maar de initiaal wekt meteen ook de associatie van een misdadiger. Ze hielp hem niet alleen met het schooltoneel, maar ook met zijn eigen cabaretvoorstelling en toerde met hem door het hele land. Ver voorbij alle grenzen, denk je als volwassen lezer, maar Tessel is jong en smoorverliefd. P. laat het zich allemaal lekker aanleunen, totdat hij vader wordt en alle contacten met haar verbreekt. Tessel begrijpt er niets van en blijft hem bellen en opzoeken. Als hij haar van stalken beschuldigt, stort ze in. Eerst schaamt ze zich dood, daarna wordt ze woedend.

Het ik-verhaal is geschreven in korte, nu eens woedende dan weer wanhopige zinnen. De lezer zit in het hoofd van Tessel en daar is het nogal een warboel. Voor minder geoefende lezers kan dat een obstakel zijn. Tessel is aanvankelijk ook niet een sympathieke hoofdpersoon. Ze draait en draaft nogal eens door. De enige met wie ze een beetje over haar gevoelens kan praten is een moeder die net een dochter, even oud als Tessel, heeft verloren. Deze Evelien fungeert als de persoon die Tessel tot meer zelfinzicht brengt, maar is er zelf als personage een beetje met de haren bijgesleept en hun dialogen zijn vaak te bedacht.
Veel sterker en overtuigender zijn de songteksten waarin Tessel haar gevoelens verwoordt. Ze staan tussen het verhaal in en tonen hoe Tessel weer uit het dal omhoog krabbelt. Al met al biedt deze jongerenroman een fraai en kwetsbaar portret van een jongere die zichzelf (weer) moet zien te vinden.

(Deze recensie verscheen eerder, in licht gewijzigde vorm, in Didactief, mei 2017)