Alledaagse angsten

De grote verboden zolder
Edward van de Vendel
Uitgever: Querido
Jaar: 2017
Aantal blz.: 272
8,0

Eddie vertoeft in een nachtwereld die beangstigend en betoverend tegelijk is. Edward van de Vendel zoekt de angsten in zijn kinderboek De grote verboden zolder dicht dicht bij huis. 

‘Gruwelijk eng!’ luidt het thema van de Kinderboekenweek, dit jaar van 4-15 oktober. De meeste kinderen houden wel van griezelen, dus draag de papieren spoken, monsters, vampieren en valse heksen vooral de klas in. Toch kun je het thema ook breder oppakken. Neem bijvoorbeeld De grote verboden zolder van Edward van de Vendel, dat niet gruwelijk eng is, maar eerder alledaags angstig. Alledaags, omdat de bron van het griezelen niet schuilt in vreselijke wezens, maar in het hart van de hoofdpersoon zelf.

De 10-jarige Eddie is een bangelijk jongetje dat om elke hoek in huis spoken vermoedt. Stiekem geniet hij daar ook wel van: ‘Ik hield van de rillingen langs mijn rug en ik was gek op avonturenverhalen en boeken met helden.’ Eddie en zijn ouders wonen, net als de schrijver zelf ooit, in een huis dat vastzit aan de school waarvan zijn vader directeur is. Over het hele gebouw loopt een zolder waar Eddie nooit mag komen, omdat de vloer niet veilig is en hij zomaar naar beneden, de lokalen in, zou kunnen kukelen. En uitgerekend naar die zolder neemt Linea, een meisje uit een probleemgezin dat tijdelijk bij hen woont, hem ’s nachts mee.   

Van de Vendel schildert een magische nachtelijke droomwereld waarin alles kan en waarin de zolder uitdijt tot een eigen heelal. Linea laat hem kennismaken met geesten, heel vriendelijke zoals Herr Johannes, maar ook boosaardige die hij voor haar moet verslaan. Eddie is in de ban van Linea en van haar nachtwereld. Ergens weet hij dat deze wereld niet echt is en tegelijkertijd is deze voor hem ‘echter dan de waarheid’.
Dag en nacht zijn strikt gescheiden, overdag praat Linea nooit met Eddie. Toch wordt duidelijk dat de nachtwereld haar wortels heeft in Linea’s getroebleerde gezinssituatie en dat het meisje Eddie nodig heeft om haar eigen demonen te verslaan. Door haar held te zijn overstijgt Eddie zijn angsten en overwint hij zichzelf.
Het is mooi hoe Van de Vendel een magische laag legt over deze reële kinderzorgen en -angsten. En hoe jammer is het dat hij iets van die magie wegneemt door in een laatste hoofdstuk de 50-jarige Eddie een expliciete moraal van het verhaal te laten geven. Eigenlijk geeft het geen pas, maar toch zou ik iedere leerkracht willen aanbevelen dat laatste hoofdstuk in de klas ongelezen te laten. Lees de rest vooral wel voor!

(Deze recensie verscheen eerder, in iets gewijzigde vorm, in Didactief, oktober 2017)