Dwalen door verhalen om de aarde te redden

Dwalen door verhalen om de aarde te redden
  • De bron
  • Marco Kunst
  • Illustrator: Djenné Fila
  • Uitgever: Lemniscaat
  • Jaar: 2026
  • Aantal blz.: 273

In zijn jeugdboek De bron verknoopt Marco Kunst oude mythes met actuele vragen. Het levert een rijk verhaal op, met volop stof tot nadenken.

‘De aarde was gloedjesnieuw en ze was prachtig.’ Met deze beginzin start het ‘voorwoord’ van De bron. Bij een fictief verhaal verwacht je eerder een proloog, maar juist een  ‘voorwoord’ past goed bij het verhaal dat Kunst wil vertellen. We starten namelijk helemaal ‘in het begin’, toen er nog geen woorden waren, maar alleen een aarde vol leven. Oké, en wat goden die zich begonnen te  vervelen en daarom wezens uit klei gingen maken. Het begin van alle ellende, want natuurlijk namen die wezens, de mensen, de aarde over en zijn ze hard bezig haar naar de verdoemenis te helpen.

In eerder werk toonde Kunst zich al begaan met het thema klimaatverandering en de manier waarop wij mensen omgaan met de aarde, bijvoorbeeld in Vuile handen en De macht van Algas. En in Kroonsz ging het over de nietsontziende drang van mensen naar macht en (technische) beheersing. Doorgaans weet hij dit thema te verpakken in een spannend verhaal. En dat geldt ook voor De bron. Kunst laat wat betreft zijn boodschap - we moeten de aarde redden - weinig aan de verbeelding over. Maar gelukkig vertelt hij meer dan een activistisch verhaal. Hij laat zijn hoofdpersoon Nour door tal van oude verhalen dwalen en dat zorgt voor reliëf en poëzie. 

De 13-jarige Nour is met haar ouders in Oost-Turkije, waar deze proefboringen gaan doen. Nour mag zich ondertussen zelf vermaken en heeft daar al snel genoeg van. Maar dan ontmoet ze tijdens een wandeling Omar en Gansu die haar meetronen een grot in. Daar ligt een doodzieke vrouw, de godin Gaia oftewel Moeder Aarde, die haar op een queeste stuurt. Nour moet Gaia helend water uit de bron brengen en onderweg zelf ook drinken uit de beek, om Gaia te laten zien ‘wie je werkelijk bent’. Omar vergezelt haar op deze tocht.  

Elke keer als Nour uit de beek drinkt, raakt ze verzeild in een oude mythe. Kunst is op zijn best waar hij die oude verhalen tot leven schrijft. Zijn taal wordt dan poëtischer. Zoals: ‘Ik voel de kracht van ieder paard afzonderlijk, hun adem en warmte, de spepele spieren, sterke botten, de wapperende manen, de harde hoeven en ik zie de trotse, nerveuze blik in hun ogen. Ze zijn mooi. Pure, wilde levenskracht.’
Het is bovendien een mooie vondst om de verhalen te laten beleven door een jongere van nu. Zo worden ze indringender en doen ze duidelijker een appel op de lezer: dit gaat ook over jou.
Bij elke slok en elk avontuur leert Nour zichzelf en het leven met al zijn dilemma’s beter kennen. Ze leert onder meer moedig te zijn bij het paardenvolk, ontdekt wat kwaliteit van leven is door haar ontmoeting met de Minotaurus, door Prometheus en Pandora wat de kracht én de prijs van nieuwsgierigheid is en door Loki dat jij uiteindelijk de keuze hebt om voor het goede of het kwade te kiezen. Gouden Penseel-winnares Djenné Fila omlijst deze levensreis met prachtige en sfeervolle tekeningen.

Wat mij betreft had Kunst het tweede, informatieve deel van het boek, met uitleg over de diverse mythen en de functies daarvan, achterwege mogen laten. Of op zijn minst fors mogen indikken. Het verhaal over Nour spreekt al voor zich. En ook of juist zonder die uitleg roept dat verhaal het verlangen naar oude verhalen en zingeving op. Want dat is wat De bron ons vertelt: we hebben verhalen nodig om onszelf en de wereld te leren begrijpen.