Kakkerlakken kunnen alles

Kakkerlakken kunnen alles

  • De legendarische schat van Hell Gate
  • Davide Morosinotto
  • Vertaler: Pieter van der Drift & Manon Smits
  • Uitgever: Pelckmans
  • Jaar: 2026
  • Aantal blz.: 534

De legendarische schat van Hell Gate is een fantastisch avonturenverhaal en nog zoveel meer! Als lezer kun je niet anders dan de leden van de Kakkerlakkenbende in je hart sluiten.

‘De jacht op de schat begon voor de Kakkerlakkenbende met een dode man onder de spoorbrug.’ Zo begint de Italiaanse schrijver Davide Morosinotto zijn verhaal en we weten meteen waar we aan toe zijn. Ja, er ligt een dooie onder de brug en Rico, een van de Kakkerlakken heeft hem gevonden en troont de anderen ermee naartoe. De vijf kinderen zijn meteen in de ban van dit mysterie: wie is deze man, wat vertelt het luciferdoosje in zijn broekzak precies en vooral: waar ligt die schat?

De Kakkerlakken, dat zijn de Mario, Tommy, Lucy, Amy en Rico uit Italian Harlem. Drie Italiaanse jongens, een zwart meisje en een Chinees meisje of eigenlijk is Amy Koreaans, ‘maar in East Harlem hadden de mensen weinig aandacht voor dat soort details’. We leren ze tijdens de jacht op de schat goed kennen. Morosinotto bezit de gave om juist wel aandacht aan details te schenken en personages tot leven te schrijven. ‘Rico was broodmager, een geraamte gehuld in een overhemd dat minstens drie maten te groot was’, lezen we en je ziet hem voor je, dat straatschoffie dat overal en nergens woont.
Het oog voor detail is tot en met de buitenkant doorgevoerd: het vuistdikke boek is fraai vormgegeven als een luciferdoosje, waarvan je het ‘deksel’ (een afneembare cover) kunt openschuiven, zodat je de lucifers – en de schatkaart! - ziet.

De dialogen tussen de kinderen zijn ook heerlijk om te lezen. Ze weten raak de kinderlijke logica te vangen. ‘Of er nu wel of geen schat is, er is in elk geval een dooie. En een dooie is nog altijd iemand die heeft geleefd’, aldus Tommy. Hun logica brengt de Kakkerlakken heel ver, waarbij ze uiteindelijk de politie en andere schatzoekers (zoals de bende van Toni Stiletto) de baas zijn. Ze wagen zich daarbij regelmatig ver buiten hun eigen wijk, zoals bij de statige bibliotheek op 5th Avenue, een gebouw ‘dat streng op hen neerkeek’. Aanvankelijk krijgen ze te horen dat dit ‘geen plek voor kinderen is’, maar zoals een goed avonturenboek betaamt, krijgen ze natuurlijk hulp, van bibliothecaresse Miss Moore.


De schat, dat zijn enkele kisten met goudstaven uit een in 1780 gezonken schip. Een schat, zo leest Mario in een boek, die ‘nooit geborgen’ werd. In een tweede, cursief gezette verhaallijn krijgt de lezer gedoseerd informatie over wat er zich eind achttiende eeuw precies heeft afgespeeld. Een verhaal dat alles met klassentegenstelling en de periode na de afschaffing van de slavernij te maken heeft.
Morosinotto geeft niet alleen van die periode een mooi tijdsbeeld, maar ook van het verhaalheden, de jaren twintig in het New Yorkse multicultiwijk East Harlem. Elk hoofdstuk begint met een authentiek document dat iets vertelt over de bewoners van toen, zoals een rijbewijs, een politierapport of een certificaat. Dit alles vormt een soepel en vanzelfsprekend geheel dat de levensechtheid van het verhaal benadrukt. De legendarische schat van Hell Gate is duidelijk zoveel meer dan een fantastisch avonturenverhaal. En natuurlijk is het einde wensvervullend, maar dat gun je die kinderen ook. Zoals Miss Moore tegen de kinderen zegt: ‘Het is belangrijk om dromen te koesteren. We worden er misschien niet rijk van, maar wel gelukkig.’ Bovendien zijn kakkerlakken niet stuk te krijgen.