Net als in Lampje klinken in Krekel weer tal van andere verhalen door. En net als haar kinderboekendebuut heeft dit nieuwe boek van Annet Schaap weer alles in zich om zelf een klassieker te worden.
Een van de mooiste sprookjes vond ik vroeger ‘De wilde zwanen’ van Andersen. Zwanen zijn al prachtige, tot de verbeelding sprekende wezens en dan die mantels van brandnetels om hen weer terug in prinsen te toveren - ik hoorde de vleugels ruizen en de brandnetelbulten prikken. En dan de elfde mantel die net niet op tijd….
Alleen daarom al kan Krekel, het nieuwste boek van Annet Schaap, voor mij niet stuk, want gebaseerd op precies dit sprookje. Maar er zijn nog zoveel meer redenen. Bijvoorbeeld dat de schrijfster haar verhaal in dezelfde wereld situeert als Lampje (2017), haar indrukwekkende eersteling als kinderboekenschrijver. En de vertelkunst, de vernuftige compositie en de tot de verbeelding sprekende personages.
De eerste zin belooft meteen al avontuur: ‘De zee is groot, het stadje is maar klein.’ Die zee, daar gaat het straks gebeuren. Maar eerst blijven we nog even in het stadje waar Eliza het ‘allerschamelste’ huisje binnenstapt om de namen van haar vijf verdwenen broers op haar been te laten tatoeëren. Ze wil hen terugvinden en daarom is ze met haar jongere broertje Krekel van huis weggelopen. Ze heeft gehoord dat haar broers bij de Witte Kliffen zijn en dus moeten Eliza en Krekel de zee op. Maar voor het zover is, gaat er nog het nodige mis.
Schaap houdt de verhaallijnen stevig in handen. Ze springt soepel heen en weer in de tijd en tussen Krekel en Eliza en bouwt de spanning vakkundig op. Alles lijkt Eliza tegen te zitten, maar ze volhardt natuurlijk.
Overtuigend zet Schaap klassieke verhaalelementen - de queeste, de reis, held en tegenstrevers – in zonder dat het ook maar een enkel moment voorspelbaar of saai wordt. Dat komt doordat ze kan schrijven als de beste. Elk van haar personages krijgt een eigen stem en vrijwel elk groeit in de loop van het verhaal. Juf Amalia, die al figureerde in Lampje, doet dat bijvoorbeeld majestueus. ‘Al haar gedachten zijn altijd keurig en fatsoenlijk en er is niet dát op aan te merken’ – en als dat wel zo is, spreekt Jezus vanaf zijn kruis aan de muur haar vermanend toe. Juf Amalia weet ook heus wel wat wel en niet bestaat. Maar op het eind van het avontuur geniet ze zomaar van zeemeerminnen (die natuurlijk ook uit Lampje zijn komen zwemmen). Eliza was al dapper – ze zei geen au toen de tatoeëerder bezig was - maar aan het eind krijgt ze er ook de erkenning voor: voortaan is zij de baas. De mooiste verandering is die van Krekel. Moed en volharding en de durf jezelf te zijn, dat is waar het in Krekel om draait.
Behalve van zichzelf leent Schaap ook diverse verhaalelementen van andere meestervertellers. Een sprekende Jezus aan het kruis kenden we ook al uit Het boek van alle dingen van Guus Kuijer. En de hondjes Uk en Bur zijn een expliciete knipoog naar het gelijknamige boek van Wim Hofman, zoals het hele zee-thema en de stijlfiguur van opsommingen ook een hommage aan Hofman zijn. In het zee- en reismotief herkennen we ook Paul Biegels boeken De kleine kapitein en Anderland.Hier en daar schemert er ook iets van Joke van Leeuwen door. In een zin als ‘Vaak is het voordat het begint al begonnen’ klinkt haar titel We zijn allang begonnen, maar nu begint het echt door. Zo ontstaat een intertekstueel weefsel dat de verhaalkracht van Krekel versterkt en het tot een geheide klassieker maakt.