Ik en de andere ikken

De bende van Lieke
Robbert-Jan Henkes
Illustrator: Aart Clerkx
Uitgever: Querido
Jaar: 2020
Aantal blz.: 142
8,0

Het valt nog lang niet mee om overtuigende kinderlogica te schrijven. Maar Robbert-Jan Henkes doet het met verve.

Ik geloof dat het de criticus Kees Fens was die ooit over Dikkertje Dap zei dat één zinsnede in dit kindergedicht niet deugde: ‘mooie poppetjes tekenen’. Die formulering verraadt de blik van de volwassene, want kinderen praten zo niet over hun eigen tekenwerk. Op dergelijke ‘missers’ heb ik Robbert-Jan Henkes niet kunnen betrappen. Zijn prozadebuut voor kinderen, De bende van Lieke, barst juist van de heerlijke kinderlogica. Zo zegt ik-verteller Lieke over het peuterzusje van haar vriendin: ‘Die is nog veel te klein om later groot te worden.’

Het boek beschrijft de belevenissen van Lieke en haar zes vriendinnen. Ze spelen op straat, eten drop, kletsen over niets en over het leven, maken ruzie, dromen en vervelen zich. Het is een heerlijke, veilige kinderwereld dicht bij huis, zoals je die ook tegenkomt in de boeken van Astrid Lindgren (denk: Emiel van de Hazelhoeve en Madieke van het rode huis) en de Madelief-boeken van Guus Kuijer. Henkes beschrijft die wereld herkenbaar en humoristisch in korte, afgeronde scènes en in dialogen die erom smeken voorgelezen te worden (doen dus!). Hij benut op een soepele manier herhaling om de diverse personages neer te zetten, zoals de betweterige Sara, de wazige (maar soms heel diepzinnige) Amira of de moeder van Lieke, die zo van overdrijven houdt.

Henkes’ voorliefde voor filosofie krijgt ook een plek. In korte zinnen tussendoor of juist steviger in het hoofdstuk waarin Lieke in de trein terug naar huis mijmert over dat alle mensen een ‘ik’ zijn en tegelijk voor anderen een ‘zij’. Maar haar fijnste gedachte is toch wel deze: ‘Ik dacht eraan hoe we op het bankje zouden zitten bedenken wat we gingen doen. Ik en de andere ikken.’

(Deze recensie verscheen ook in Didactief)