Gefantaseer waar je veel aan hebt

Gefantaseer waar je veel aan hebt
  • Hazenhart
  • Henk Hardeman
  • Illustrator: Maaike Putman
  • Uitgever: Van Goor
  • Jaar: 2025
  • Aantal blz.: 365

Met Hazenhart schreef Henk Hardeman een heerlijk klassieke schelmenroman. Eentje die in de traditie van Paul Biegel past.

Enkele van de meest gedenkwaardige struikrovers uit de jeugdliteratuur zijn Holz, Bolz en Schwanzenstolz uit De rode prinses (1987) van Paul Biegel. Ze zijn van het type stoer, maar niet bijster slim. De door hen ontvoerde prinses windt hen moeiteloos om haar koninklijke vinger.
Biegel tekende eerder ook al voor De twaalf rovers (1971), en dit zijn rovers die net als Dekselse Dirk in Hazenhart, postkoetsen beroven. Deze knipoog van Hardeman naar de grote meesterverteller uit de Nederlandse jeugdliteratuur is niet toevallig, blijkt uit het nawoord. Hardeman schreef ooit voor de tachtigste verjaardag van Biegel het gedicht ‘De krasse rover’ schreef, dat in zijn boek terugkeert als lofdicht voor de tachtigjarige Pistolen Paultje. In de traditie van Biegel schreef Hardeman een heerlijke klassieke schelmenroman, met charmante boeven en de nodige humor. Zelfs de zwart-wit illustraties van Maaike Putman doen qua sfeer en gedetailleerdheid denken aan Biegel-illustrator Fiel van der Veen.  

De weesjongen Hazenhart is verzot op griezelverhalen over de legendarische heer IJzerhart, een wrede ridder die na een dodelijk treffen met Nobelhart telkens weer uit het graf verrijst. Een professor die in de herberg van zijn oom logeert, wil weten hoe dit kan. Hij neemt Hazenhart mee op zijn queeste naar de Bloedburcht van IJzerhart.
Een ander weeskind, Kysia, weet ternauwernood te ontsnappen aan boze dorpelingen die het huis van haar meester in brand hebben gestoken. Ze weet nog net het boek over heer IJ. te redden. Ook zij wil meer weten over deze ridder Ze krijgt daarbij hulp van de charmante en goed geklede struikrover Dekselse Dirk.
Hun paden kruisen zich en samen proberen ze het mysterie op te lossen. Pas na de nodige verwikkelingen en avonturen lukt dit.  

Hardeman schreef zijn boek in smakelijk proza, lekker vet aangezet, maar dat past helemaal bij het genre. En dus lezen we over ‘het geluid van briesende paarden, klepperende hoeven en ratelende wielen’. Maar evengoed ook dat Nobelhart een ‘slijmbal’ is. De professor praat voor Hazenhart regelmatig in raadselen met ingewikkelde woorden als ‘investering’ en ‘constellatie’. Hardemans stijl zorgt voor humor en vaart en laat zich uitstekend voorlezen.
Allemaal moeten ze aan het eind van het avontuur hun verwachtingen in het leven bijstellen, de prof dat wetenschap niet alles verklaren kan, Kysia dat de liefde zich niet laat dwingen, en Hazenhart dat IJzerhart toch niet de held was die hij ervan maakte. De enige die onveranderd blijft, is Dekselse Dirk. Ook Hazenharts oom blijft halsstarrig in zijn afkeer van verhalen: ‘Allemaal flauwekul (…) Gefantaseer waar je niks aan hebt. Zet die schrijvers aan het werk op het land. Handen uit de mouwen.’ De lezer weet natuurlijk wel beter.