Het onheil bezweren

Ons kasteel aan zee
Lucy Strange
Vertaler: Aleid van Eekelen-Benders
Uitgever: Gottmer
Jaar: 2020
Aantal blz.: 325
9,0

Hoe vrede in oorlog kan veranderen en onbezorgd leven in dreiging en angst. Lucy Strange beschrijft dat magistraal in het jeugdboek Ons kasteel aan zee.

Het boek is in 2019 geschreven, maar het zit als een heerlijke oude jas. Lucy Strange weet de sfeer en kracht van ouderwetse, vooral Britse (jeugd)boeken op te roepen. Dat is dubbel knap: ze schildert zo niet alleen met verve een voorbije tijd - Engeland vlak voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog - maar geeft haar vertelkunst ook de sfeer van toen mee. Dat zit bijvoorbeeld in het oproepen van de idylle van het platteland en picknicks (denk De Vijf van Enid Blyton), een klassieke spanningsopbouw met verdachtmakingen, mysteries en ontknopingen (denk Agatha Christie en Arthur Conan Doyle) en een scheut magie en volksgeloof (denk bijvoorbeeld de Arthur-trilogie van Kevin Crossley-Holland of De bruikleners). En dat alles dan zonder dat het gekunsteld of plat wordt. Dit is een klassiek leesavontuur in de beste zin van het woord.

De 12-jarige Petra (ik-verteller) woont met haar oudere zus Magda en haar ouders in een vuurtoren aan de Engelse Kanaalkust. Het onbezorgde leven in hun ‘kasteel aan zee’ verandert drastisch bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Eerst moeten ze hun mooie witte vuurtoren groen schilderen, als schutkleur voor de vijand. Dan valt hun gezin uiteen. Moeder (‘mutti’) wordt vanwege haar Duitse afkomst ('vijandelijke vreemdeling') en vermeende spionage gevangengezet. Petra vangt een gesprek op waardoor ze te weten komt dat niet mutti, maar haar vader de spion was. Ze kan het niet geloven, en de lezer met haar evenmin. Het lijkt geen enkel hout te snijden.
Als vader verdrinkt tijdens de reddingsactie om Engelse soldaten uit Duinkerken terug te halen, besluit Petra zijn geheim voor zich te houden. Maar ze wil wel uitzoeken wat er precies is gebeurd. Ook wil ze weten wat Magda nou precies in haar schild voert. Kan ze haar zus nog wel vertrouwen? En is Spokige Joe, de man die sinds kort in een huisje op de kliffen is komen wonen, soms de spion?
Ondertussen moeten beide zussen, nu halfwees, ook nog zien te voorkomen dat ze geëvacueerd worden. Ze zijn vastbesloten hun vuurtoren te bewaken en te voorkomen dat deze in handen van verraders komt. Petra ontdekt dat mensen en dingen niet altijd zijn wat ze lijken. Zelfs haar eigen familie niet.

De oorlogsdreiging en Petra’s gevoelens zijn mooi verweven met een lokale legende. Net zoals de vier menhirs op de kliffen, de vier Dochters van Steen met hun gezang de Wyrm, een verraderlijke zeebank voor de kust, wisten te vermurwen, probeert ook Petra angst en onheil te bezweren. Ze is er vast van overtuigd dat de stenen hen kunnen beschermen. ‘Mag gelooft me niet, maar ik heb ze horen zingen – op die stille, donkere ochtenden wanneer de zon moeite moet doen om door de nevel of mist heen te komen.’ Dit kinderlijk-magisch perspectief geeft het spannende oorlogsverhaal een diepere laag. Aan het eind van het boek, de oorlog is dan nog lang niet voorbij, weet Petra dat ze de geuzennaam Dochter van de Steen waardig is: ‘Als ik nu de naam Petra Zimmerman Smith schrijf lijkt die niet meer een paar maten te groot voor me. Ik merk dat die naam uitstekend bij me past.’