Dromen in een dictatuur

Stilte heeft een eigen stem
Ruta Sepetys
Vertaler: Aleid van Eekelen-Benders
Uitgever: Luitingh-Sijthoff
Jaar: 2020
Aantal blz.: 557
8,5

In Stilte heeft een eigen stem verknoopt Ruta Sepetys mooi een klassiek liefdesverhaal met een grimmige geschiedenis over Spanje ten tijde van het Franco-regime.

Dystopische dictaturen telt de jeugdliteratuur volop. Maar verhalen over echte dictaturen, op die van Hitler-Duitsland na, zijn schaars. Alleen daarom al verdient Stilte heeft een eigen stem alle aandacht. Al lezend bekroop me welhaast een gevoel van schaamte: zo dichtbij Nederland en nog maar zo kort geleden gingen mensen decennialang (1939-1975) gebukt onder een repressief regime. Eind jaren zestig begon Spanje onder Nederlanders land populair te worden als vakantieland. Geen toerist die ooit, zoals wel het geval was bij de Oostbloklanden, terugkwam met verhalen over wantoestanden.

Sepetys situeert haar verhaal eind jaren vijftig, toen Spanje na jaren van isolatie de eerste Amerikaanse militairen, handelscontacten en toeristen toeliet. Deze verblijven in het Castellana Hilton in Madrid, waar een zorgvuldige façade van weelde en onbezorgdheid wordt gecreëerd.
De 18-jarige Daniel Matheson is een van hen. Zijn vader is een rijke oliemagnaat die een zakendeal met Franco gaat sluiten, zijn moeder, zelf Spaans, wil dat Daniel haar geboorteland leert kennen. En dat doet hij, maar op een andere manier dan zijn ouders denken. Hij droomt van een carrière als fotojournalist en trekt de stad in om het ‘echte leven’ vast te leggen. Hij merkt al snel dat dat niet zomaar kan: een foto van een non met een dode baby leidt tot een aanvaring met de guardia civil.
Ook Ana heeft een droom: reizen en ooit uit Spanje weggaan. Maar dat zit er voor haar niet in. Haar ouders zijn jaren geleden als ‘vijanden van de republiek’ vermoord en hun kinderen, Ana, haar zus en broer, blijven nog steeds besmet. Het enige wat ze kunnen doen is niet opvallen en zwijgen. Ana krijgt het daar steeds moeilijker mee door haar omgang met Daniel, die ze door haar werk als kamermeisje in het hotel leert kennen. Maar hun ontluikende liefdesrelatie is onmogelijk.

Naast deze beide hoofdpersonen zijn er diverse andere personages die samen het verhaal van de repressie vertellen. Zoals Ana’s broer Rafa en zijn vriend Fuga, die ervan dromen stierenvechter te worden. En Ana’s nichtje Puri die gelooft in de juistheid van het regime en vastbesloten is het goede te doen, maar steeds meer vragen en twijfels: zijn alle baby’s in het klooster annex kindertehuis waar ze werkt wel echt te vondeling gelegd? Zoals Sepetys in haar toelichting achter in het boek beschrijft zijn ruim driehonderdduizend baby’s na de geboorte weggehaald van hun ouders en ondergebracht in ‘rechtschapen’ gezinnen of gewoon voor grof geld verkocht.

Via alle personages en verhaallijnen geeft Sepetys een indringend beeld van wat het repressieve regime betekende voor de levens van mensen. De citaten uit authentieke, veelal Amerikaanse bronnen maken het verhaal des te klemmender: we stonden erbij en keken ernaar. Wel hadden deze gelijkmatiger verdeeld mogen worden door de roman.
Het verhaal ontrolt zich langs klassieke lijnen, met dramatiek, scherp getekende personages en een liefde die ondanks alles standhoudt. Sepetys hamert het er wel wat te nadrukkelijk in bij de lezers, misverstaan is onmogelijk, maar desondanks is het een meeslepend verhaal geworden. Ze laat zien dat het zwijgen voor veel Spanjaarden een levensvorm geworden is. Puri leert van haar moeder ‘we zijn mooier met onze mond dicht’ en Rafa denkt over zijn vriend Fuga: ‘Hoe kan moed zo stil zijn, terwijl angst zo machtig is?’ Maar bovenal laat ze zien dat wie zwijgt, niet toestemt. De dromen blijven sluimeren, ook in een dictatuur. Dat is de hoopvolle boodschap die Sepetys ons meegeeft.