Olle wil blijven leven en niet naar afslacht 7. Janneke Schotveld neemt in Abel en Olle de lezer mee op een heftig én heerlijk tochtje met de vrachtauto. Over hoe een big een vrachtwagenchauffeur de weg naar huis wijst.
Na maanden waarin ‘hun ware natuur tegen hun ribben duwde en ze dingen wilden dóen, maar geen kant op konden’, zitten honderd varkens nu opgepropt in de vrachtwagen van Abel. Janneke Scvhotveld windt er in haar proloog (‘sorry, dit is niet zo’n fijn begin. Niet opgeven!’) geen doekjes om: de bio-industrie is zo fout als maar kan. Maar ze verpakt haar boodschap in een hartverwarmend verhaal over een welwillende vrachtwagenchauffeur en een slim biggetje.
Abel houdt van autorijden en maakt al jarenlang vier keer per week een ritje naar het slachthuis. Maar hij begint er steeds meer moeite mee te krijgen. Big Olle geeft het laatste zetje. Hij is ontsnapt uit de laadbak en Abel heeft hem daarom neergepoot op de bijrijdersstoel. Tot zijn verbazing begint Olle te praten. En dat niet alleen, hij vertelt de mooiste verhalen. En omdat Abel wil weten hoe die aflopen, rijdt hij telkens afslag 7 (‘in zijn hoofd noemde hij die altijd afslacht 7’) voorbij.
Vanaf het moment dat de vrachtwagenchauffeur in de blauwe ogen van het biggetje kijkt en hem Olle noemt (‘mama noemde ons allemaal “mijn ollekebollekes”), is het duidelijk dat hij niet langer kan wegkijken. Hij moet ook steeds meer denken aan iets wat hij jarenlang heeft weggestopt. Dus als het uur U nadert en hij echt niet langer afslag 7 kan negeren, neemt Abel een besluit.
Schotveld vertelt haar verhaal in rake zinnen, waarbij ze zegt waarop het staat. Zoals: ‘worst was eerst varken’. Ook de beschrijving van het slachthuis liegt er niet om. Maar de schrijfster slaagt er tegelijkertijd in het verhaal luchtig en humoristisch te houden. De kleurrijke illustraties van Martijn van der Linden versterken dat. Die zijn nu eens grappig, dan weer dromerig. Tekst en beeld vertellen ons dat, zoals Olle zegt, formidabel zijn en een goed leven in het land van Stro en Modder verdienen.